Wegstrepen afvoer bij hoge gehalten in koek na mestscheiding

Onlangs deed de rechtbank Oost Brabant uitspraak in een zaak waarin  – kort en zakelijk beschreven – een melkveehouder (hierna: eiseres), ongeveer 600 ton rundveemest had gescheiden. De koek na mestscheiding,  110 ton, was door middel van drie vrachten van het bedrijf afgevoerd. Uit de analyses van de monsters van deze vrachten kwamen hogen gehaltes aan stikstof en fosfaat. Gehalten die – volgens de minister – uitsluitend door manipulatie tot stand konden zijn gekomen. De drie afgevoerde vrachten zijn daarop door de minister onder verwijzing naar artikel 3 van de Meststoffenwet (hierna: Msw)  volledig buiten beschouwing gelaten bij de berekening of aan de gebruiksnormen en de mestverwerkingsplicht is voldaan en… Lees meer

Lees verder

Paarden op het UBN

Houders van paarden, pony’s, ezels of zelfs zebra’s  moeten vanaf 21 april 2021 ook de verblijfplaats van deze dieren registreren of laten registreren op een UBN (uniek bedrijfsnummer). Op deze datum gaat namelijk de Europese Diergezondheidsverordening in. Deze verordening bepaalt – heel kort door de bocht – dat de locaties waar paardachtigen verblijven moeten kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van een UBN. Deze verordening kent haar achtergrond in het feit dat het bij dierziektes belangrijk is om snel actie te kunnen ondernemen en bijvoorbeeld inzicht te krijgen in welke dieren met elkaar in contact kunnen zijn geweest.. Het is daarom belangrijk om te weten waar welk paard is en… Lees meer

Lees verder

Aanpassing uitrijdperiode op bouwland voorafgaand aan teelt van maïs op zand- en lössgronden

In het zesde actieprogramma is aangekondigd dat per 1 januari 2021 enkele maatregelen worden doorgevoerd rondom de teelt van maïs op zand- en lössgronden waarbij het principe van precisiebemesting uitgangspunt is: de juiste mest wordt op de juiste plaats, op de juiste manier, op het juiste tijdstip en in de juiste hoeveelheid toegediend om zo precies mogelijk te voorzien in de behoefte van gewas en bodem en daarmee emissies zoveel mogelijk te beperken. Uit eerder wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het toepassen van rijenbemesting in maïs, een vorm van precisiebemesting, goed aansluit bij dit principe en tot een vermindering van  nitraatuitspoeling leidt Uit recent onderzoek en praktijkervaringen van agrariërs komt… Lees meer

Lees verder

Best beschikbare gegevens van een mestvoorraad bij een controle

Op 15 december 2020 heeft RVO de bedrijven die de Aanvullende Gegevens Landbouwbedrijven (hierna: AGL) hierover aangeschreven.  Conform de AGL moet een bedrijf voor 1 februari (2021) de mestvoorraad op 31 december van het vorige jaar (2020) doorgeven. Dit is niet anders dan andere jaren. Bij een controle over het kalenderjaar 2020 wordt gekeken naar de voorraad van de AGL 2019 als de beginvoorraad dierlijke mest en de voorraad van de AGL 2020 als de eindvoorraad dierlijke mest. De hoeveelheid mest die aanwezig is moet worden vastgesteld en de gehalten in de mest worden bepaald. Artikel 94, tweede lid van de Uitvoeringsregeling Msw (hierna: Urm) stelt dat: het stikstofgehalte en… Lees meer

Lees verder

Mestafvoer naar particulieren in 2021

Vanaf 2021 moeten mesttransporten digitaal worden verantwoord. Hiervoor is het digitale vervoerdocument dierlijke mest (hierna: rVDM) ontwikkeld. Het papieren VDM gaf de ondernemers de mogelijkheid een transport tot 30 werkdagen en bij specifieke activiteiten tot 10 werkdagen na het daadwerkelijk plaatsvinden van het transport elektronisch in te dienen bij RVO. Dit belemmerde,  volgens de overheid,  een effectieve handhaving van de regels die voor mesttransporten zijn opgesteld en maakten het moeilijk om achteraf te controleren of het transport daadwerkelijk op de geregistreerde manier plaatsgevonden had.   In de versterkte handhavingsstrategie is dan ook opgenomen dat een volledig digitaal systeem wordt ontwikkeld waarmee real time meldingen over het vervoer kunnen worden verzonden:… Lees meer

Lees verder

prettige feestdagen

Het jaar 2020 was – voorzichtig gesteld – een bijzonder jaar. Een jaar dat aantoonde dat altijd rekening moet worden gehouden met het onverwachte. Voor sommigen een kans, voor anderen een enorme beperking voor de huidige situatie en voor de plannen die op de plank lagen voor de toekomst. Aan de ene kant een harde confrontatie met de realiteit van de tegenwoordige tijd. Aan de andere kant de realisatie van wat echt belangrijk is: gezondheid en geluk. Dat is dan ook wat we u toewensen voor het nieuwe jaar: veel geluk in een goede gezondheid. Met daarbij de wens dat de komende feestdagen voor u de inspiratie mogen bieden en… Lees meer

Lees verder

Over code 61, DPO en VVO

Artikel 33a eerste en tweede lid van de Meststoffenwet stellen, verkort en vereenvoudigd weergegeven, dat iedereen die fosfaat via dierlijke mest produceert op zijn landbouwbedrijf, verplicht een gegeven percentage van de hoeveelheid geproduceerde fosfaat die niet kan worden geplaatst op de tot het landbouwbedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond dient te verwerken dan wel te laten verwerken. Veehouders kunnen hiervoor overeenkomsten afsluiten met collega-veehouders, bewerkers en verwerkers van mest. Dit kan met een Vervoersbewijs dierlijke mest (VDM) met opmerkingscode 61 (VDM61), een Vervangende verwerkingsovereenkomst (VVO) en een Driepartijenovereenkomst (DPO). Hieronder de verschillende mogelijkheden op een rijtje, met hunvoorwaarden en valkuilen: VDM61 Met een VDM61 geven de veehouder en verwerker aan dat ze… Lees meer

Lees verder

Stikstof- en fosfaatgehalten van bezinklagen

Bezinklagen vormen, vaak in combinatie met de correctie voor het stikstofgat, een belangrijke post voor varkensbedrijven om aan de verantwoordingsplicht in de Meststoffenwet te kunnen voldoen. Over de gehalten die worden toegedicht aan zo’n bezinklaag bestaat enige verwarring. Een bezinklaag kan ontstaan in een mestopslag, omdat de mest in de opslag niet of niet genoeg gemixt wordt. Deze laag is vaak zanderig en vast en kan niet meer weggepompt worden. Er zit meestal meer stikstof en fosfaat in dan in de mest daarboven. Gezien de afwijkende gehalten kan de bezinklaag als  een aparte voorraad worden opgegeven. De omvang van de bezinklaag wordt berekend op basis van de omvang van de… Lees meer

Lees verder

Extra eisen overeenkomsten voor gebruik natuurgrond

Veel veehouderijbedrijven maken gebruik van percelen van organisaties die het gebruik van deze percelen (deels) willen uitbesteden aan anderen. Denk bijvoorbeeld aan percelen die in bezit zijn van organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, een Waterschap, gemeenten of andere partijen. In een aantal gevallen geldt dat niet direct duidelijk is of aan de betreffende percelen gebruiksnormen kunnen worden toegediend en of – in geval van derogatie – de percelen meetellen voor de 80% grasland-eis. Zie hiervoor ook dit bericht. Een voorbeeld waarbij geen gebruiksnormen worden toegekend (en die niet meetellen voor de 80% grasland-eis voor derogatie) is grasland in gebruik op natuurgrond. Op natuurterrein is in bijna alle gevallen een beheersregime van… Lees meer

Lees verder

Landbouwgrond of niet: Gebruiksnormen of mestafvoer/uitscharen

De mestregelgeving kent landbouwgrond en niet-landbouwgrond. De niet-landbouwgrond kan weer worden opgedeeld in natuurgrond en overige grond. Aan landbouwgrond kunnen onder bepaalde voorwaarden gebruiksnormen worden ontleend. Daarbij kwalificeert een perceel dat wordt aangemerkt als ‘landbouwgrond’ binnen de ene regelgeving, niet altijd als ‘landbouwgrond’ binnen de andere regelgeving. Zo kent de Meststoffenwet (Msw) hieromtrent een ander afwegingskader dan  die van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)). Opletten dus! In dit stuk wordt verder ingegaan op de Msw en dan vooral de vraag wanneer aan een perceel gebruiksnormen kunnen worden toegekend en het perceel meetelt voor derogatie. Het korte antwoord op die vraag is dat gebruiksnormen worden toegekend aan  ‘in Nederland gelegen landbouwgrond, die… Lees meer

Lees verder