Melden maispercelen op zand- en lössgrond

Ondernemers die mais willen telen op percelen op zand- en lössgrond dienen deze percelen, net zoals in het vorige jaar, vooraf te melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze melding houdt verband met de kortere uitrijdperiode voor drijfmest op zand- en lössgrond die geldt bij de teelt van maïs. Op basis van de melding bij RVO kan de NVWA controleren of men zich ook houdt aan deze kortere uitrijdperiode voor drijfmest op maispercelen. Het aanmelden kan van 1 januari tot en met 15 februari. Uiterlijk 15 februari moet bij RVO.nl gemeld zijn op welke percelen op zand- en lössgrond een agrarisch ondernemer dit jaar van plan is mais… Lees meer

Lees verder

Fijne feestdagen en een gezond en gelukkig 2022

  Wat was 2021 een merkwaardig jaar!  Een jaar waarin het woord ‘negatief’ meer dan eens een positieve uitkomst was. Een jaar waarin het soms leek alsof er meer niet dan wel kon, maar toch heel veel mogelijk bleek dan vooraf gedacht. Een jaar met mooie successen en zeker ook nog voldoende uitdagingen…. Dank aan iedereen voor het vertrouwen,  dank voor de samenwerking, de inbreng, de opmerkingen, de gesprekken en het doorzetten. Het jaar 2021 is een aanmoediging om in het jaar 2022 alles nog een stukje beter te doen. Ik wens u dat ook toe: maar ik wens u vooral een gezond (in alle opzichten) en gelukkig 2022!

Lees verder

Is intrekken van de derogatievergunning altijd evenredig?

Je kunt je afvragen of bij de handhaving van de Meststoffenwet het begaan van een simpele vergissing in een aantal gevallen niet tot onevenredig zware bestraffing leidt. Het gevoel bekroop me wederom toen ik een aantal voornemens tot het ‘intrekken van derogatievergunning 2020’ onder ogen kreeg. In deze voornemens werd de aan de betrokken veehouders voor het kalenderjaar 2020 toegekende derogatievergunning ingetrokken en werden ze tevens in het vooruitzicht gesteld dat ze zouden worden uitgesloten van deelname voor derogatie in het kalenderjaar 2022. Wat was het geval? De veehouders werd verweten niet tijdig de Aanvullende Gegevens Landbouwbedrijven (hierna: AGL) over 2019 te hebben ingediend bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland.… Lees meer

Lees verder

De toepassing van de ‘brijvoercorrectie’

Bij het berekenen van de afvoer van fosfaat  in dierlijke producten in de varkenshouderij wordt gebruik gemaakt van een forfaitair gehalte aan vastlegging van fosfaat per kilogram levend gewicht of per dier. Voor het  fosfaat-gehalte is deze vastlegging gebaseerd op onderzoek van Jongbloed en Kemme. Een belangrijke aanname in dit onderzoek was dat de rantsoensamenstelling geen wezenlijke invloed zou hebben op de hoeveelheid fosfaat die wordt vastgelegd door het dier. Uit een latere literatuurstudie van Bikker en Jongbloed bleek echter dat de vastlegging van fosfaat bij varkens die werden gevoerd met natte voeders hoger was dan het forfaitaire gehalte dat voor de vastlegging voor fosfaat per kilogram levend gewicht volgens… Lees meer

Lees verder

Controles op het aantal aanwezige fosfaatrechten

Op 1 januari 2018 is het fosfaatrechtenstelsel in werking getreden. Op grond van dit stelsel dienen veehouders met ‘melkvee’ te beschikken over voldoende fosfaatrechten. Wanneer meer melkvee op het bedrijf wordt gehouden dan waarvoor fosfaatrechten aanwezig zijn, is sprake van een economisch delict. Een overtreding die – in het algemeen – in het strafrecht zal worden afgedaan. Inmiddels is de NVWA begonnen met de controles op het aantal aanwezige versus het aantal benodigde fosfaatrechten. Deze controles vinden zowel plaats als onderdeel van een controle van de mestadministratie of als zelfstandige gerichte controle. Naar aanleiding van de eerste controles kunnen een aantal aandachtspunten worden afgeleid die wellicht niet bij iedereen helder… Lees meer

Lees verder

Wegstrepen afvoer bij hoge gehalten in koek na mestscheiding

Onlangs deed de rechtbank Oost Brabant uitspraak in een zaak waarin  – kort en zakelijk beschreven – een melkveehouder (hierna: eiseres), ongeveer 600 ton rundveemest had gescheiden. De koek na mestscheiding,  110 ton, was door middel van drie vrachten van het bedrijf afgevoerd. Uit de analyses van de monsters van deze vrachten kwamen hogen gehaltes aan stikstof en fosfaat. Gehalten die – volgens de minister – uitsluitend door manipulatie tot stand konden zijn gekomen. De drie afgevoerde vrachten zijn daarop door de minister onder verwijzing naar artikel 3 van de Meststoffenwet (hierna: Msw)  volledig buiten beschouwing gelaten bij de berekening of aan de gebruiksnormen en de mestverwerkingsplicht is voldaan en… Lees meer

Lees verder

Paarden op het UBN

Houders van paarden, pony’s, ezels of zelfs zebra’s  moeten vanaf 21 april 2021 ook de verblijfplaats van deze dieren registreren of laten registreren op een UBN (uniek bedrijfsnummer). Op deze datum gaat namelijk de Europese Diergezondheidsverordening in. Deze verordening bepaalt – heel kort door de bocht – dat de locaties waar paardachtigen verblijven moeten kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van een UBN. Deze verordening kent haar achtergrond in het feit dat het bij dierziektes belangrijk is om snel actie te kunnen ondernemen en bijvoorbeeld inzicht te krijgen in welke dieren met elkaar in contact kunnen zijn geweest.. Het is daarom belangrijk om te weten waar welk paard is en… Lees meer

Lees verder

Aanpassing uitrijdperiode op bouwland voorafgaand aan teelt van maïs op zand- en lössgronden

In het zesde actieprogramma is aangekondigd dat per 1 januari 2021 enkele maatregelen worden doorgevoerd rondom de teelt van maïs op zand- en lössgronden waarbij het principe van precisiebemesting uitgangspunt is: de juiste mest wordt op de juiste plaats, op de juiste manier, op het juiste tijdstip en in de juiste hoeveelheid toegediend om zo precies mogelijk te voorzien in de behoefte van gewas en bodem en daarmee emissies zoveel mogelijk te beperken. Uit eerder wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het toepassen van rijenbemesting in maïs, een vorm van precisiebemesting, goed aansluit bij dit principe en tot een vermindering van  nitraatuitspoeling leidt Uit recent onderzoek en praktijkervaringen van agrariërs komt… Lees meer

Lees verder

Best beschikbare gegevens van een mestvoorraad bij een controle

Op 15 december 2020 heeft RVO de bedrijven die de Aanvullende Gegevens Landbouwbedrijven (hierna: AGL) hierover aangeschreven.  Conform de AGL moet een bedrijf voor 1 februari (2021) de mestvoorraad op 31 december van het vorige jaar (2020) doorgeven. Dit is niet anders dan andere jaren. Bij een controle over het kalenderjaar 2020 wordt gekeken naar de voorraad van de AGL 2019 als de beginvoorraad dierlijke mest en de voorraad van de AGL 2020 als de eindvoorraad dierlijke mest. De hoeveelheid mest die aanwezig is moet worden vastgesteld en de gehalten in de mest worden bepaald. Artikel 94, tweede lid van de Uitvoeringsregeling Msw (hierna: Urm) stelt dat: het stikstofgehalte en… Lees meer

Lees verder

Mestafvoer naar particulieren in 2021

Vanaf 2021 moeten mesttransporten digitaal worden verantwoord. Hiervoor is het digitale vervoerdocument dierlijke mest (hierna: rVDM) ontwikkeld. Het papieren VDM gaf de ondernemers de mogelijkheid een transport tot 30 werkdagen en bij specifieke activiteiten tot 10 werkdagen na het daadwerkelijk plaatsvinden van het transport elektronisch in te dienen bij RVO. Dit belemmerde,  volgens de overheid,  een effectieve handhaving van de regels die voor mesttransporten zijn opgesteld en maakten het moeilijk om achteraf te controleren of het transport daadwerkelijk op de geregistreerde manier plaatsgevonden had.   In de versterkte handhavingsstrategie is dan ook opgenomen dat een volledig digitaal systeem wordt ontwikkeld waarmee real time meldingen over het vervoer kunnen worden verzonden:… Lees meer

Lees verder